Orgels St. Augustinuskerk

Uit Parwiki

1 Het Pereboom & Leyser-orgel

Wanneer de vorige Sint Augustinuskerk (1459-1843) de beschikking kreeg over een orgel is niet duidelijk. In 1780 spreekt men van ”een jaargetijde zonder orgel”. In 1812 is er zelfs sprake van ”zes jaargetijden zonder orgel”, maar in 1814 spreekt men van ”drie jaargetijden met orgel”. Ook in 1828 is er sprake van ”een jaargetijde zonder orgel”. Het is niet duidelijk of men het te veel vond om een organist ”anderhalve frank” en de orgelblazer ”een halve frank” te betalen of dat er toen überhaupt een orgel aanwezig was.

In 1874/1876 in de nieuwe Augustinuskerk wordt het aanwezige orgel vervangen door een nieuw twee-manuaals orgel "in een ter plaatse aanwezige kas". Het vervangen orgel is waarschijnlijk dat uit de oude kerk en moet dus de brand in de nacht van 20 op 21 april 1843 overleefd hebben.
De nieuwe orgelkast komt kennelijk samen met de preekstoel en de communiebank uit de St. Servaaskerk van Maastricht. Daar werden zij rond 1804 gemaakt bij de heringebruikname van de kerk na de Franse perikelen. Het instrument zou reeds (onopgebouwd) in Elsloo in opslag zijn vanaf 1870.
Het huidige orgel is een van de waardevolste instrumenten in onze provincie, het werd in 1874 gebouwd door Pereboom & Leyser, orgelbouwers te Maastricht, 1850-1900.
Het “Grand Orgue”: 12 registers, werd in 1874 gebouwd. In 1875 werden het "Positif": 8 registers, in 1876 het vrij "Pédale": 3 registers, toegevoegd. Het orgel bezit verder 3 koppels en "Pédale séparée". Zowel aan de orgelkas als aan de dispositie en intonatie is de invloed van Franse orgelbouw te merken.
In 1965 werd het orgel gerestaureerd door de firma L. Verschueren uit Heythuysen onder opus 646. De koppels werden vervangen door pedaaltreden en de "Pédale séparée" verviel. Verder werden er geen wijzigingen aangebracht. In 1984 vond technisch herstel en reconstructie van de intonatie plaats. Het pijpwerk is origineel, het systeem is mechanisch.

Op 7 februari 1874 werd een nieuw orgel, zonder kas, bestaande uit Hoofdmanuaal, opgeleverd en in gebruik genomen voor f 2500.-. Om de kosten te drukken werden toen houten imitatiepijpen geplaatst in drie torens. Het orgel werd gebouwd in de neoclassicistische kast met beeldhouwersfront. Het is niet duidelijk of deze kast aanwezig was, zoals hierboven gemeld, of dat deze bij aankoop van het orgel werd gebouwd. Op 15 augustus 1875 werd een Positif geleverd voor f 900.- en op 18 oktober 1879 het vrij pedaal voor f 900.- De ingebruikname geschiedde door koster Lenssen.
In 1983 werd het orgel schoongemaakt en opnieuw geïntoneerd. Bij die gelegenheid vond men "op de middelste houten frontpijp de inscriptie P en L 1873. Hetgeen betekent dat de orgel in dat jaar vervaardigd werd door de firma Pereboom en Leysers te Maasticht." Liber Memorialis, blz. 304 (anno 1983 van de hand van kapelaan P. Delahaye).

Pereboom & Leyser orgel 1874
Pereboom & Leyser orgel 1874, speeltafel

Dispositie

Grand orgue
56 tonen C-g'''

Positif
56 tonen C-g'''

Pédale
27 tonen C-d'

Koppelingen

Bourdon 16'
Montre 8'
Flûte 8'
Viola di Gamba 8'
Bourdon 8'
Prestant 4'
Flûte 4'
Doublette 2'
Fourniture III
Cornet V (af c#’)
Trompette 8' (Bas/Haut af c’)
Clairon 4’

Bourdon 8'
Salicional 8'
Mélophone 8' (af c)
Flûte traverse 8’ (af c#’)
Prestant 4’
Flûte 4'
Dolcé 4'
Bassoon 8'

Montre 16'
Flûte 8'
Bombarde 16'

Grand orgue + Positif
Pédale + Grand orgue
Pédale + Positif

Met dank aan Piet Sniekers.
Bronnen:
  • G.M.I. Quaedvlieg, Orgels in Limburg, 2002.
  • F. Jespers, H. van Loo, T. Reijmaerdts, Pereboom & Leijser, Orgelmakers te Maastricht, 1998.
  • Externe link


2 Het koororgel

Verschueren orgel 1959, Pijpwerk boven sacristiedeur
Verschueren orgel 1959, Nieuwe omkisting van de speeltafel 1998
Het Unit-orgel "Mignon" met twee stamregisters van de firma L. Verschueren c.v. te Heythuysen uit 1959 komt uit de Mariakerk. Het was daar na de plaatsing van het nieuwe orgel in de zomer van 1997 overcompleet. Het werd in de loop van de maand november 1998 (na het plaatsen van het nieuwe hoofdaltaar aldaar) overgebracht naar de St. Augustinuskerk. De benodigde bedrading (ca 100 m veeladerige kabelbundels) werden op 29 december 1997 uit de vloer van de leegstaande kerk van de Martelaren van Gorcum (Sittarderweg, Heerlen) gehaald. De bedrading was daar achtergebleven bij de overbrenging van het orgel van daar naar de Mariakerk in de zomer van 1996.

Toen het idee geboren werd om het Mignon-orgel in twee te splitsen (speeltafel in zijbeuk en pijpwerk op het balkon boven de sacristie) hebben we met veel moeite deze bedrading die in Heerlen bij het grote orgel hoorde uit de vloer gehaald. Dit kon omdat de geplande sloop van die kerk nog altijd niet had plaatsgevonden. De bedrading is gebruikt om de speeltafel (links in zijbeuk) en het pijpwerk (boven de sacristiedeur) te verbinden. Bij het plaatsen van het altaar in de zomer van 1998 en het maken van de fundering ervan werden de nodige ondergrondse kabelgoten voorzien zodat deze verbinding onzichtbaar weggewerkt kon worden.
De speeltafel van het Unit-orgel vormde oorspronkelijk in de Mariakerk één geheel met de orgelkast (met daarin het pijpwerk).
Dank zij Bèr Reijnen hebben we een tweedehandse omkisting voor het speelgedeelte weten te verwerven, zodat het toetsenwerk zelfstanding, los van het pijpwerk, geplaatst kon worden in de linker zijbeuk.
Het pijpwerk staat op het balkon boven de sacristiedeur. In het midden van het orgelfront zat oorspronkelijk een houten vlechtwerk. Dit is vanwege esthetische redenen vervangen door zeven valse pijpen, opgesteld in een boogsegment. Dit pijpwerk en het kant en klare boogsegment was een spontane gift van de fa. Bèr Reijnen uit Roermond in 2016.

Externe link