H. Juliana van Cornillon

Uit Parwiki
H. Juliana van Cornillon, Hoofdaltaar St. Jozefkerk

H. Juliana van Cornillon (schilderij Zr. Jeanne, reparatrice)
Juliana van Cornillon (Juliana van Luik)
kloosterzuster en mystica en het feest van Sacramentsdag


Leven en zending

Juliana werd rond 1192 te Rétinne bij Luik geboren. Toen ze op haar vijfde jaar haar beide ouders verloor, werd zij vanaf dat moment opgevoed door de zusters kanunnikessen met de regel van Augustinus, in het klooster op de Corneliusberg (= Cornillon) vlakbij Luik. Zij werd er uiteindelijk ook zelf zuster en in 1222 werd ze priorin. Zij was bevriend met de recluse Eva van Luik (+1265), die ingemetseld in een cel naast de St. Martinuskerk leefde. (Zij is later bekend geworden als de zalige Eva van Luik) Samen spanden zij zich in voor de verbreiding van de devotie tot het Heilig Altaarsacrament en de invoering van het feest van Sacramentsdag.
Op een keer (waarschijnlijk in 1212) ontving Juliana tijdens haar gebed een visioen: Zij zag de maan met een hap eruit of streep erdoor. Pas na twee jaar begreep zij de betekenis ervan: De maan was de Kerk, waaraan nog iets heel belangrijks ontbrak, nl. een feestdag ter ere van het Heilig Altaarsacrament. Ze kreeg de opdracht om dit feest zelf al te gaan vieren en daarna het feest te verspreiden met behulp van nederige personen.[1]
De invoering van het feest van Sacramentsdag werd vanaf dat ogenblik haar levensdoel. Zij vond steun hiervoor in haar omgeving. Het werd echter een werk van lange adem, maar mede door haar toedoen en dat Eva is dit feest er uiteindelijk toch gekomen.

Het feest van het H. Sacrament in Luik

Het feest werd ingevoerd voor het bisdom Luik in de zomer van 1246 onder bisschop Robert van Thorote (1240-1246), die Juliana vaker opzocht. Hij had niet de tijd om het feest verplicht stellen voor het hele bisdom. Net toen hij op het punt stond het de eerste keer te vieren en het officie voor het feest klaar was moest hij naar het eerste concilie van Lyon van 28 juni tot 17 juli 1845. Hij was overigens de enige bisschop uit de Duitse gebieden die aanwezig was ondanks het verbod van de keizer. Hij overleed op 16 oktober 1246 voor hij het feest verplicht kon stellen. In de laatste paar dagen van zijn leven liet hij de kanunniken stukken van het officie van Sacramentsdag zingen bij zijn ziekbed. [2]
Door het verzet van de wereldse prinsbisschop Hendrik van Gelre (1247, afgezet door concilie van Lyon in 1274) moest Juliana (priorin) met drie medezusters vluchten. Het was overigens het einde van Cornillon als religieuze plaats. Hij voerde de beslissingen over het te vieren feest van zijn voorganger niet uit. Luik verkeerde voortdurend in onrust.
Het initiatief werd opgepikt door kardinaal Hugo van Sint-Cher (ook wel van Sint-Caro genoemd). Hij was een Dominicaan die in 1244 kardinaal werd. In 1251 werd hij pauselijk gezant voor het Duitse Rijk, waartoe ook Luik behoorde. In Luik maakte hij zo kennis maakte met dit voorgenomen feest. In december 1251 was hij in Keulen waar ook zijn medebroeder de H. Thomas van Aquino vertoefde en Jacques Pantaléon, de aartsdiaken van Luik, de latere paus Urbanus IV (1261-1264). Op het einde van het jaar werd het feest door de legaat ingesteld voor alle gebieden waarvoor hij bevoegd was: een groot deel van het Duitse Rijk en stukken daarbuiten. Hij voerde het in in de parochie van Saint Martin (Luik) op het einde van 1251. Het werd voor de eerste keer gevierd in Saint-Martin in 12562 (donderdag na Pinksteren). In juni 1253 werd het gevierd in de cathedraal. Van de religieuzen vierden enkel de cisterciënzers en de dominicanen het feest. Hij beval het aan in het hele bisdom. In 1264 werd het feest ingevoerd voor de hele Kerk door de bul van Urbanus IV Transiturus de hoc mundo.

Het levenseinde van Juliana

Intussen kreeg Juliana te maken met de nieuwe prior in het naburige mannenklooster. Deze was niet op de normale manier verkozen maar door machtsspelletjes en simonie. Hij liet geen gelegenheid onbenut om Juliana te beschuldigen van schijnheiligheid en verzette zich tegen de strenge leefregel die zij wilde invoeren voor haar communauteit. Hij wist de halve stad tegen Juliana, de priorin, op te zetten. Tot tweemaal moest zij vluchten. Tijdens de reeds tweede vlucht (in januari 1248) belandde zij, met drie medezusters (Isabelle, Agnès en Ozile), na diverse omzwervingen in het de cisterciënzerinnen-abdij van Salzinnes (Namen) onder abdis Hymène.
Toen Namen belegerd werd en het klooster geplunderd werd in 1256, trok zij zich terug in de eenzaamheid van de abdij van Fosses-la-Ville, waar zij in de vroegere kluis van kanunnik Jan van Lausanne mocht wonen. Zij was ziek en stierf op 5 april 1258, vrijdag in het paasoctaaf om 15:00 u. Zij werd begraven in de abdij van Villers-la-Ville. Haar resten zijn tijdens de Franse revolutie verdwenen. Juliana wordt in de Kerk als heilige vereerd ook al is ze nooit officieel heilig verklaard.[3]
Haar feest is op 5 april.
Na haar dood zette de Z. Eva van Luik (+1265) haar werk voor het invoeren van het feest van Sacramentsdag verder. Zij zou nog meemaken dat het feest er kwam. Waarschijnlijk is zij het die Vita Sanctae Julianae, een korte levensschets van Juliana geschreven heeft.

Het feest van Sacramentsdag in de hele Kerk

Na de twee mislukte pogingen om het feest in te vieren resp. door Robert van Thorote en Hugo van St. Cher bevestigde de nieuwe pauselijke legaat kardinaal Petrus Capocci op 30 november 1254 het decreet van zijn voorganger Hugo van St. Cher.
Uiteindelijk kwam het feest van Sacramentsdag er toch m.n. door toedoen van Jacques Pantaléon, die werkzaam was als aartsdiaken van 1241-1246 onder Robert van Thorote (bisschop vanaf 1240). Zijn opdracht bestond erin parochies te bezoeken, wantoestanden te bestrijden en hervormingen door te voeren. Pantaléon was een bekwaam man en werd in die tijd ook al met een aantal pauselijk opdrachten naar Polen en Pruisen gestuurd. Na de dood van bisschop Robert van Thorote keerde hij terug naar Laon in 1249 waar hij ook de functie van aartsdiaken bekleedde.
In 1255 werd hij benoemd tot patriarch van Jeruzalem, maar kon daar niet lang blijven ten gevolge van de penibele situatie van de kruisvaarders. Terug in Italië werd hij in 1261 met eenparigheid van stemmen gekozen tot paus Urbanus IV (1261-1264). In 1264 voerde hij het feest van Sacramentsdag in voor de hele kerk. In 1317 werd dit nogmaals bevestigd voor de hele Kerk door Johannes XXII. Een Luikse synode uit 1288 suggereert dat het feest in die tijd in het hele bisdom ook effectief gevierd werd.[4]
De H. Thomas van Aquino schreef het officie (de officiële gebeden) voor dit feest en componeerde o.a. de bekende hymnen Tantum Ergo en Adoro Te Devote.

Literatuur

  • Jean Cottiaux, Sainte Julienne de Cornillon promotrice de la Fête-Dieu. Son pays, son temps, son message, Liège, Carmel de Corniloon, 1991.

Voetnoten

  1. Cottiaux, 123.
  2. Cottiaux, 197-198
  3. Het hele complexe relaas zie Cottiaux, 234-238.
  4. Cottiaux, 234